Tegenwoordige tijd oefenen
Tegenwoordige tijd oefenen voor groep 6: 40 vragen over werkwoorden. Oefen gratis in korte rondes, zonder account, of print het werkblad.
Over dit onderwerp
Wat je oefent (39)
- worden: hij wordt
- worden: ik word
- worden: jij word
- worden: jij wordt
- vinden: hij vindt
- vinden: ik vind
- vinden: jij vind
- vinden: jij vindt
- rijden: hij rijdt
- rijden: ik rijd
- rijden: jij rijd
- rijden: jij rijdt
- houden: hij houdt
- houden: ik houd
- houden: jij houd
- antwoorden: hij antwoordt
- antwoorden: ik antwoord
- beantwoorden: jij beantwoordt
- landen: hij landt
- branden: hij brandt
- leiden: hij leidt
- zetten: hij zet
- zetten: ik zet
- zetten: jij zet
- praten: hij praat
- praten: jij praat
- wachten: hij wacht
- wachten: ik wacht
- zitten: jij zit
- weten: jij weet
- weten: hij weet
- eten: hij eet
- fietsen: hij fietst
- fietsen: jij fiets
- werken: jij werkt
- maken: ik maak
- leven: hij leeft
- verhuizen: hij verhuist
- bellen: jij bel
- Hoe oefen je Tegenwoordige tijd?
- Kies een spelvorm en start een ronde. Een ronde duurt een paar minuten, en je ziet meteen wat goed is.
- Voor welke groep is dit?
- Voor groep 6 van de basisschool.
- Kan mijn kind dit ook op papier oefenen?
- Ja. Er is een werkblad om te printen, met de antwoorden erbij.
- Hoe haalt mijn kind het diploma?
- Elke spelvorm heeft 3 sterren: hoe meer goed in een ronde, hoe meer sterren. Met 15 sterren mag je kind de toets doen. Wie die haalt, krijgt een diploma om te printen.
- Is het gratis?
- Ja. Oefenen is gratis en zonder account. Met premium plant leer.nu ook wat je kind moet herhalen.
Meer spelling, werkwoorden en engels
- Werkblad om te printen
- Alles van spelling, werkwoorden en engels
- Ei of ij
- Au of ou
- G of ch
- C of k
- Ch of sj
- D of t
- Eén of twee klinkers
- Eén of twee medeklinkers
- Verkleinwoorden
- Woorden op -ig
- Woorden op -lijk
- Woorden op -heid en -teit
- Woorden op -tie
- Woorden op -isch
- Verleden tijd
- Voltooid deelwoord
- Sterke werkwoorden
- Werkwoorden met v of z
- Getallen in het Engels
- Telwoorden in het Engels
- Dagen en maanden in het Engels
- Tijd in het Engels
- Kleuren in het Engels
- Kleding in het Engels
- Familie in het Engels
- Je lichaam in het Engels
- Dieren in het Engels
- Het weer in het Engels
- De natuur in het Engels
- Wilde dieren in het Engels
- Gezondheid in het Engels
- Gevoelens in het Engels
- Eten en drinken in het Engels
- Fruit en groente in het Engels
- Aan tafel, in het Engels
- In huis, in het Engels
- Op school, in het Engels
- Sport en hobby’s in het Engels
- Reizen in het Engels
- Beroepen in het Engels
- In de stad, in het Engels
- De weg wijzen in het Engels
- Tegenstellingen in het Engels
- Werkwoorden in het Engels
- Mijn nieuwe fiets
- Het regent
- Bij oma op bezoek
- Zaadjes in de tuin
- Kuikens in de klas
- Een wandeling in het bos
- De nieuwe jongen
- Het feestje van Fenna
- Het schoolreisje
- Onze kat Pip
- Pannenkoeken bakken
- Een dag met storm
- Dino’s in het museum
- De nieuwe bibliotheek
- De sportdag
- Zeehond gevonden op het strand
- Waarom bijen belangrijk zijn
- Plastic in zee
- Waarom slapen we?
- Hoe ontstaat een vulkaan?
- Zonnepanelen op het dak
- De brugklas
- Gamen: hoeveel is genoeg?
- Trekvogels